VEEL GESTELDE VRAGEN
& ANTWOORDEN

Basisvragen: Wat is er aan de hand?

De youngtimerregeling is een fiscale regeling waarbij zakelijke rijders in een auto van 15 jaar of ouder bijtelling betalen over de actuele dagwaarde van de auto, in plaats van over de oorspronkelijke catalogusprijs. Het bijtellingstarief is 35% over die dagwaarde (die dagwaarde heet overigens officieel: WEV – ‘Waarde Economisch Verkeer’). De regeling bestaat sinds 2001, toen staatssecretaris Wouter Bos het onredelijk vond om een 15 jaar oude auto als nieuwe auto te waarderen in de bijtelling.
Op 27 november 2025 heeft de Tweede Kamer amendement 102 aangenomen met 77 stemmen voor. Dit verandert de minimumleeftijd voor youngtimers van 15 naar 16 jaar per 1 januari 2026, en naar 25 jaar per 1 januari 2027. Feitelijk wordt de youngtimerregeling daarmee een oldtimerregeling. Dit alles zonder een reële overgangsregeling waardoor er binnen een jaar vrijwel niemand meer onder valt.
Nee. In 2008 probeerde de ChristenUnie precies hetzelfde via Amendement Cramer. De leeftijdsgrens zou per 2010 van 15 naar 25 jaar gaan. Maar na een actie van ondernemer Wouter van Embden en kritische vragen van de Eerste Kamer werd die maatregel in 2009 teruggedraaid – met algemene stemmen in de Tweede Kamer. Opmerkelijk genoeg was het toen ook de ChristenUnie die het reparatie-amendement indiende.
In 2009 waren er ongeveer 10.000 zakelijke youngtimers. Nu zijn dat er naar schatting minimaal 200.000 – twintig keer zoveel. De impact is dus vele malen groter. Alle inhoudelijke argumenten van toen gelden nog steeds: het is onredelijk om een 15 jaar oude auto tegen nieuwwaarde bij te tellen, er is geen overgangsregeling, en de financiële onderbouwing klopt niet.
GroenLinks-PvdA, PvdD, DENK, Volt, D66, ChristenUnie, SGP en CDA – samen 77 zetels in de Tweede Kamer. Maar let op: diezelfde partijen hebben in de Eerste Kamer slechts 36 zetels. Dat is geen meerderheid. De partijen die tegen stemden – VVD, PVV, BBB, NSC, JA21, FVD, SP en 50PLUS – hebben samen wel een meerderheid in de Senaat.
Nee. Staatssecretaris Heijnen heeft het amendement ontraden. Er is geen impactanalyse gemaakt, geen MKB-toets uitgevoerd, en geen overgangsregeling voorzien. De Raad van State adviseerde het kabinet vorig jaar al terughoudend te zijn met ingrijpende maatregelen in het Belastingplan, juist vanwege het demissionaire karakter van het kabinet en de recente verkiezingen.

Cijfers en economische impact

Naar schatting (van de BOVAG) zo’n 200.000 zakelijke youngtimers – bijna allemaal ondernemers (met name ZZP’ers). Ter vergelijking: in 2009 waren het er slechts 10.000. Die ondernemers rijden niet uit luxe in een youngtimer, maar veelal uit noodzaak.
Het amendement rekent op €54 miljoen structurele opbrengst per jaar. Maar dit cijfer is gebaseerd op een grove onderschatting. Als je rekent met 200.000 youngtimer-rijders die gemiddeld €500 per maand meer bijtelling gaan betalen, kom je op een opbrengst van ruim €1,1 miljard per jaar – meer dan twintig keer zoveel als gesuggereerd.
Concreet voorbeeld: een BMW 5-serie met cataloguswaarde €56.000 en dagwaarde €7.000. Nu: 35% × €7.000 = €2.450 bruto per jaar. Straks: 22% × €56.000 = €12.320 bruto per jaar. Dat is €9.870 méér – een stijging met een factor vijf. Netto scheelt dat meer dan €500 per maand.
Bij een drie tot vijf keer hogere bijtelling gaan ondernemers massaal ontwijken. Ondernemers zijn per definitie creatief. De routes zijn simpel: auto uit de BV halen, privé overnemen voor de ingestorte marktwaarde, en rijden met een belastingvrije kilometervergoeding van €0,23 per kilometer. Of uitsluitend zakelijk rijden met rittenadministratie. Per saldo krijgt de overheid niets aan bijtelling én minder Vpb.

Branche-impact

Dit raakt niet alleen individuele youngtimer-rijders. Honderden bedrijven (en duizenden mensen) worden direct geraakt: garagehouders, toeleveranciers, taxateurs, monteurs, onderdelenhandelaren, verzekeraars, autopoetsers. In youngtimers gespecialiseerde bedrijven lopen het grootste risico binnen no-time failliet te gaan. Lopende bestellingen worden nu al geannuleerd. Voorraad die op basis van de Wet- en Regelgeving van vóór het Amendement van 27-11 j.l. is ingekocht, is plotsklaps de helft tot nog minder waard. De handel zit letterlijk met haar handen in het haar – de meest schrijnende verhalen bereiken ons dagelijks.
Ja. De verkoop van youngtimers bouwjaar 2003 tot 2011 ligt zo goed als stil. Zakelijke kopers weten niet waar ze aan toe zijn. Auto’s van bouwjaar 2011 zijn nu volstrekt onverkoopbaar als youngtimer – die worden pas in 2036 (over 11 jaar!) youngtimer onder de nieuwe regels. Autobedrijven die deze voorraad al voor volgend jaar hadden ingekocht, kijken gezamenlijk naar miljoenen euro’s afwaardering. Met afgrijzen.
Dat is precies de framing die we willen bestrijden. Youngtimerspecialisten geven kwalitatief hoogwaardige auto’s een tweede leven. Ze investeren duizenden euro’s per auto in technische en cosmetische opwaardering. Dit zijn ambachtelijke MKB-bedrijven die bijdragen aan de circulaire economie, er wordt zelfs al geëlektrificeerd. Zij verdienen een overgangsregeling, net zoals werkgevers die krijgen bij de pseudo-eindheffing.
Met 2,3 miljoen auto’s van 15 jaar en ouder die er in dit land nog rondrijden, is de financiële impact zo een paar honderd miljoen euro. In de min, wel te verstaan. Dat is een ongehoorde vernietiging van kapitaal. En van kennis. Auto’s zijn op slag de helft minder waard (of nog minder dan de helft). Niet alleen de handel is in acuut gevaar – het is een hele keten die daar een boterham in verdient. Van verzekeraars tot autopoetsers, van onderdelenleveranciers tot advertentieverkopers.

Rechtszekerheid en overgangsregeling

Het amendement werd ingediend op 24 november 2025, aangenomen op 27 november, en gaat in op 1 januari 2026. Dat is 35 dagen. Binnen een maand gaat de nieuwe wet al in. Linksom of rechtsom, zoals het er nu naar uitziet. Auto’s van bouwjaar 2010 die nu 15 jaar oud zijn en onder de regeling vallen, vallen per 1 januari 2026 plots níet meer onder de regeling. En per 2027 worden álle 200.000+ berijders geraakt. Dit is geen ‘geleidelijke versobering’ zoals het amendement stelt – dit is een overval. Het gevolg: niemand schaft meer een youngtimer aan. Nu al niet meer.
Nee, voor youngtimer-bezitters niet. En hier zit de rechtsongelijkheid. Kopers van nieuwe auto’s krijgen een bijtellingstarief dat 60 maanden geldig blijft vanaf registratie. Als je in 2026 een auto koopt met 18% bijtelling, behoud je die 18% tot 2031. Youngtimer-bezitters krijgen geen enkele zekerheid – ze kunnen van de ene op de andere dag geconfronteerd worden met een verdrievoudiging tot vervijfvoudiging van hun bijtelling.
Ja, precies. De pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s gaat in per 2027, maar kent een overgangsregeling waarbij bestaande gevallen 3 jaar zijn uitgezonderd – tot 2030. Waarom krijgen werkgevers wel bescherming, maar youngtimer-rijders en de youngtimer-branche niet? Dat is niet uit te leggen.
Natuurlijk mag de overheid fiscaal beleid aanpassen. Maar wel op een behoorlijke manier: met een impactanalyse, met een uitvoeringstoets, met een overgangsregeling, met voldoende anticipatietijd. Dit amendement heeft niets van dat alles. De Staatssecretaris heeft het ontraden. In 2009 werd exact dezelfde maatregel met algemene stemmen teruggedraaid. Alle argumenten van toen gelden nog steeds. Los van het feit dat de rekensom totaal niet klopt, gaat deze maatregel vooral in tegen het rechtszekerheidsbeginsel. Staatsrechtelijk is het immoreel.
Nee. De Eerste Kamer behandelt het Belastingplan op 15 en 16 december 2025. Senatoren toetsen wetgeving op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en zorgvuldigheid – precies de punten waarop dit amendement faalt. En vergeet niet: de partijen die vóór stemden hebben slechts 34 zetels in de Senaat. In 2009 speelde de Eerste Kamer ook een cruciale rol in het terugdraaien van exact dezelfde maatregel.

Het historisch precedent van 2009

In 2008 nam de Tweede Kamer Amendement Cramer (ChristenUnie) aan. Per 2010 zou de leeftijdsgrens van 15 naar 25 jaar gaan – exact hetzelfde als nu. Er was geen overgangsregeling. Gemiddeld zou een gedupeerde €500 per maand meer bijtelling betalen – exact hetzelfde als nu. Ondernemer Wouter van Embden startte een actie. In 2009 werd de maatregel met algemene stemmen teruggedraaid, vlak voordat deze zou ingaan.
Een cruciale rol. Senator Peter Essers (CDA) stelde kritische vragen aan staatssecretaris Jan Kees de Jager. Hij vroeg Van Embden uit te zoeken waarom de grens van 15 jaar ooit was ingesteld. Het antwoord: staatssecretaris Wouter Bos vond het in 2001 onredelijk om een 15 jaar oude auto als nieuwe auto te waarderen. Dat argument was voor Essers doorslaggevend. Die redenering geldt vandaag nog steeds.
Alle argumenten van toen gelden nog steeds. Sterker nog: de impact is nu twintig keer groter (200.000 vs 10.000 youngtimers). De financiële onderbouwing deugt weer niet. Er is weer geen overgangsregeling. En het is weer de ChristenUnie die het initiatief neemt. Het enige verschil is dat we nu ook een constructief alternatief hebben: het E-timer plan.

Het alternatief

Een ‘Sterfhuisconstructie’ voor youngtimers: bouwjaar 2011 wordt het laatste bouwjaar. Alleen auto’s van 2011 of ouder komen dan nog in aanmerking voor bijtelling op basis van dagwaarde. Nieuwere bouwjaren komen er niet meer bij.
Het ontziet automatisch álle huidige berijders van een plotselinge verhoging. Het geeft de branche tijd om zich aan te passen. De regeling faseert zich vanzelf uit – binnen 15 jaar bestaat deze effectief niet meer. En het is eerlijk: wie nu in een youngtimer rijdt, kan dat blijven doen tot de auto niet meer rijdt.
Wouter van Embden ontwikkelde al eerder het plan ‘Van Youngtimer naar E-timer’ en presenteerde het aan Kamerleden. De sterfhuisconstructie is daar een onderdeel van. Net als in de E-timer regeling (ook onderdeel van het plan), kunnen wij ons daar erg in vinden.
Ja: elektrische auto’s worden na 60 maanden ook tegen de dagwaarde bijgeteld. Dit voorkomt de enorme export van tweedehands EV’s. Na 60 maanden wordt de bijtelling van een elektrische auto gebaseerd op de dagwaarde in plaats van de cataloguswaarde. Bijkomend voordeel: het voorkomt de enorme export van tweedehands EV’s. Want met elke geëxporteerde Tesla Model 3 verlaat er €20.000 aan subsidie ons land. De NOS meldde al dat er €200 miljoen aan EV-subsidies is ‘weggelekt’ naar het buitenland.
Ja, het plan is budgetneutraal. Het zijn communicerende vaten: ieder jaar komt er een bouwjaar bij waarover youngtimers niet meer tegen dagwaarde kunnen worden bijgeteld. En ieder jaar komt er een bouwjaar bij waarover EV’s wél tegen dagwaarde kunnen worden bijgeteld. Het voorstel om de youngtimer-bijtelling te verhogen van 35% naar 40% levert direct positieve opbrengsten op.

Tegenargumenten en weerlegging

De tekst zegt: ‘Deze geleidelijke versobering biedt eigenaren van youngtimers het komende jaar de ruimte om hierop desgewenst te anticiperen.’ Maar voor auto’s bouwjaar 2010 die nu 15 jaar oud zijn, is er niets geleidelijks – zij vallen per 1 januari 2026 direct uit de regeling. En per 2027 worden álle berijders geraakt. Dat is geen jaar anticipatietijd voor een factor 3 tot 5 hogere bijtelling.
Ja, uit de uitlaat. Maar bij de totale levenscyclus – van productie tot recycling – is het verlengen van een bestaande auto vaak minder milieubelastend dan nieuwproductie. Bovendien: als de grens naar 25 jaar gaat, worden alleen nog échte klassiekers fiscaal aantrekkelijk. Dat zijn Euro 0/1 auto’s in plaats van Euro 5. Dit amendement leidt tot veroudering, niet verjonging van het wagenpark.

Suggestievragen voor de Senaat

Deze vragen kunnen senatoren stellen aan het kabinet:

Kunt u aangeven wat de cijfermatige onderbouwing is van de gebudgetteerde opbrengsten van €54 miljoen structureel? Ons bereiken berichten dat de werkelijke opbrengst vele malen hoger is – richting €1,1 miljard.
Indien de gebudgetteerde opbrengsten in hoge mate afwijken van de reële verwachtingen, moet er dan niet eerst een goede financiële analyse plaatsvinden vóór invoering? Waarbij ook de negatieve gedragseffecten en economische schade voor bedrijven aandacht krijgen?
Heeft er overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de youngtimer-rijders en de youngtimer-branche? Zo ja, met wie en met welke uitkomst? Zo nee, waarom niet?
Bent u van mening dat het ontbreken van overgangsrecht juridisch houdbaar is, gezien het feit dat EV-kopers wél 60 maanden tariefzekerheid krijgen en werkgevers bij de pseudo-eindheffing wél een overgangsregeling van drie jaar krijgen?
Bent u bekend met het plan ‘Van Youngtimer naar E-timer’ dat voorziet in een sterfhuisconstructie en een E-timer regeling? Wat is uw reflectie op dit budgetneutrale alternatief?

Slotargumenten

Dit gaat over meer dan youngtimers. Dit gaat over de vraag of de overheid een betrouwbare partner is. Ondernemers maken investeringsbeslissingen op basis van bestaande regels. Als de overheid die regels met 35 dagen aankondigingstijd fundamenteel kan wijzigen – zonder impactanalyse, zonder overgangsrecht, tegen het advies van de Staatssecretaris in – dan ondermijnt dat het vertrouwen in de overheid. Het is een fiscale overval. Dat kun je niet maken.
Wij vragen de Eerste Kamer om haar constitutionele rol als ‘chambre de réflexion’ te vervullen. Toets dit amendement op kwaliteit en uitvoerbaarheid. Stel de kritische vragen die gesteld moeten worden. En stuur het wetsvoorstel terug naar de Tweede Kamer met het verzoek om aanpassing van dit specifieke onderdeel. In 2009 speelde de Senaat dezelfde rol – met succes.
We willen slechts dat-ie op een redelijke termijn wordt afgebouwd of aangepast. Met een fatsoenlijke overgangsregeling. Zodat wij wél blijven bestaan.
In 2009 werd exact dezelfde maatregel met algemene stemmen teruggedraaid. Alle argumenten van toen gelden nog steeds, maar de impact is nu twintig keer groter. Wij vragen de Eerste Kamer om haar werk te doen.